5.3. Wat nog meer?
Pagina-inhoud
5.3.1. Cliëntenraad K&J Grave
Het Visio Kind- & Jeugdcentrum in Grave is een leerplek voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen met een visuele beperking, vaak in combinatie met andere uitdagingen. School en behandeling komen samen op één terrein; een veilige, overzichtelijke omgeving waar iedereen stappen kan zetten in zijn eigen tempo. Voor wie dat nodig heeft, is er bovendien de mogelijkheid intern te verblijven.
Wat het Visio Kind- & Jeugdcentrum Grave echt uniek maakt, is dat het niet alleen vóór jongeren werkt, maar vooral samen mét hen. In 2025 richtte de locatie een eigen cliëntenraad op, bestaande uit leerlingen van verschillende groepen. Dat bleek van onschatbare waarde.
Tijdens de bijeenkomsten vertelden de jongeren openhartig over wat goed gaat én wat beter kan. Ze gaven aan dat ze zich veilig voelen, zichzelf kunnen zijn en altijd weten bij wie ze terechtkunnen. Alle stellingen over sociale veiligheid werden unaniem met “eens” beantwoord; een resultaat om trots op te zijn.
Een leerling verwoordde het zo: “Het is hier allemaal veilig en gestructureerd opgeborgen. Daardoor voel ik mij gemotiveerd om bijvoorbeeld huishoudelijke taken te leren. Thuis wordt nooit iets op dezelfde plek teruggezet.” Toen de manager vroeg of het zou helpen om de omgeving in Grave dan maar meer op thuis te laten lijken, antwoordde hij resoluut dat hij dat niet wilde. “Ik wil het thuis juist beter organiseren, zodat ik gemotiveerd blijf en kan toepassen wat ik hier leer.”
Dit soort inzichten laat zien waar onze aanpak werkt én waar we jongeren nog beter kunnen ondersteunen, zodat ze de dingen die zij leren ook kunnen toepassen in hun thuissituatie.
Daarnaast kwamen er verrassend concrete ideeën. Jongeren willen graag een gezamenlijke ideeënbus, meer gezamenlijke activiteiten tussen de groepen, en meer ruimte om eigen keuzes te maken. Zoals een plek waar ze even onder elkaar kunnen zijn. Ze dachten mee over de samenwerking met ouders, het dagprogramma en zelfs over het verbeteren van spelcomputers voor blinde jongeren.
Manager Janneke Hoefs vertelt hierover: “Ik vond het een van de leukste dingen die ik in mijn werk heb gedaan tot nu toe. Ik was ervan onder de indruk hoe goed onze jongeren in staat zijn om hieraan deel te nemen en met mooie inbreng te komen. Dat zegt in mijn ogen ook zeker iets over hoe onze behandelaren bezig zijn met de doelgroep.”
Wat opviel: de jongeren voelen zich gehoord, en dat motiveert hen enorm. De cliëntenraad gaf ze een stem, maar vooral het gevoel dat hun stem ertoe doet. In 2026 gaat Kind- & Jeugdcentrum Grave opnieuw een cliëntenraad organiseren.
5.3.2. Spraakgestuurd rapporteren
In 2025 onderzocht Wonen & Dagbesteding of spraakgestuurd rapporteren voordeel oplevert. Bijvoorbeeld betere rapportages of tijdwinst, maar ook de mogelijkheid cliënten meer te betrekken bij het schrijven van een rapportage. De pilot liet zien dat de techniek kansen biedt, maar dat de praktijk nog niet overal aansluit op wat zorgmedewerkers nodig hebben. Een kleine groep deelnemers ervoer voordelen, zoals gemak bij korte rapportages. Collega’s die minder vlot typen, konden via spraak sneller rapporteren.
Tegelijkertijd kwamen duidelijke knelpunten naar voren. Op veel locaties ontbreekt een rustige, privacy vriendelijke plek om vertrouwelijk in te spreken. Op locaties zoals De Vlasborch lopen op de begane grond regelmatig onbekenden langs, wat inspreken lastig maakt. Daarnaast zorgen omgevingsgeluiden – van bijvoorbeeld karren, pratende collega’s en cliënten – voor verminderde kwaliteit van de rapportage. Cliënten begrijpen bovendien niet altijd waarom iemand tegen een telefoon praat en onderbreken het proces.
Ook technisch waren er beperkingen: vertraging bij het omzetten van spraak naar tekst, foutieve spraakherkenning, omslachtige correcties en het ontbreken van directe terugkoppeling van wat is ingesproken. Een trage internetverbinding versterkte deze problemen. Voor de meeste medewerkers bleef typen daardoor sneller en nauwkeuriger.
Hoewel de impact op de kwaliteit van rapportages en op cliëntbetrokkenheid nu nog beperkt is, heeft de pilot waardevolle inzichten opgeleverd. We leerden vooral welke randvoorwaarden nodig zijn: goede techniek, rustige werkruimtes, duidelijke werkwijzen en passende ondersteuning.
Op basis van deze ervaringen kiest Wonen & Dagbesteding ervoor eerst breder te onderzoeken hoe rapporteren slimmer en eenvoudiger kan. De pilot vormt daarmee een belangrijke stap in leren, reflecteren en het gericht verbeteren van onze digitale ondersteuning.
5.3.3. Cliënttevredenheid
Bij Visio halen we cliëntervaringen onder andere op via de cliënttevredenheidsmeting Ben Ik Tevreden, die we eens per drie jaar uitvoeren. In 2025 zijn 105 vragenlijsten ingevuld, met gemiddelde scores tussen de 3 en 3,3 (op een schaal van 0-4). Deze uitkomsten geven ons op hoofdlijnen inzicht in hoe cliënten en verwanten onze zorg ervaren en helpen om patronen en aandachtspunten te herkennen op organisatieniveau. 2026 is weer een domein-breed meetmoment.
Tegelijkertijd schuurt deze manier van meten. Een cliënttevredenheidsmeting eens per drie jaar is vooral een momentopname. Ze zegt iets over hoe het op dat moment gaat, maar minder over hoe kwaliteit van bestaan zich ontwikkelt in het dagelijks leven. Ook zien we dat de uitkomsten nog niet altijd vanzelfsprekend worden benut om doelen in het plan van de cliënt aan te passen. Daardoor is de stap van meten naar merkbare verbetering voor cliënten nog niet overal even sterk.
Daarnaast leren we dat cijfers alleen onvoldoende recht doen aan wat kwaliteit van bestaan betekent, zeker voor cliënten met een visuele en verstandelijke beperking. Daarom halen we cliëntervaringen vooral ook op in dagelijkse gesprekken, via medezeggenschap en via cliëntverhalen, zoals podcasts en ervaringsverhalen. Deze vormen vullen elkaar aan: metingen laten trends zien, gesprekken en verhalen geven verdieping.
In lijn met de richting van de VGN oriënteren we ons de komende jaren op de vraag of en hoe cliëntervaringen beter kunnen aansluiten bij de praktijk. Niet door meer te meten, maar door te verkennen hoe cliëntervaringen minder los en meer als onderdeel van het zorgproces benut kunnen worden. Zo zoeken we naar een zorgvuldige balans tussen inzicht op hoofdlijnen en leren in het dagelijks leven van cliënten, met oog voor de belasting van medewerkers.
