Verwijzen

Richtlijnen doorverwijzen

Merk je dat iemand door een visuele beperking moeite heeft met dagelijkse activiteiten, zoals lezen, koken, reizen of werken? Of is het onduidelijk wat iemand wel of niet ziet? Dan is verwijzen naar Visio een goede stap.   

Wanneer verwijs je iemand door naar Visio? 

In deze situaties is verwijzen altijd passend: 

  • Je vermoedt of weet dat er een neurologische aandoening is (zoals NAH, CVA, MS of Parkinson) die invloed heeft op het zien 

  • Er is sprake van een ontwikkelingsstoornis of perinatale schade, zoals CVI of erfelijke slechtziendheid 

  • Iemand heeft visuele klachten in combinatie met psychosociale of emotionele problemen 

  • Er is een concrete hulpvraag, zoals moeite met lezen, fietsen, lopen of autorijden 

  • Het zicht is recent merkbaar achteruitgegaan 

Of verwijs op basis van deze criteria (Landelijke NOG-richtlijnen): 

  • Een visus van minder dan 0,3 (bij volwassenen en kinderen ouder dan 4 jaar) 

  • Een leesvisus van minder dan 0,25 of problemen met accommodatie 

  • Lezen is alleen mogelijk met een additie van S +4,00 of meer 

  • Een gezichtsveld kleiner dan 30 graden 

  • Hemianopsie of kwadrantanopsie 

  • Binoculaire (peri-)centrale uitval 

Staat de situatie er niet tussen, maar denk je wel dat Visio kan helpen? Verwijs dan wel door. Hoe eerder iemand ondersteuning krijgt, hoe sneller iemand weer kan meedoen in de samenleving.   

Twijfel je? Verwijs wél.