8 september 2026 Nieuws
Nieuwe oogtest maakt gezichtsveldonderzoek eenvoudiger en gebruiksvriendelijker
Mensen met glaucoom of niet-aangeboren hersenletsel (NAH) kunnen in de toekomst mogelijk profiteren van een eenvoudiger en gebruiksvriendelijker onderzoek naar gezichtsvelduitval. Onderzoek van Anne Vrijling, klinisch fysicus bij Koninklijke Visio, laat zien dat de nieuwe methode SONDA-EMP gezichtsvelduitval betrouwbaar kan opsporen en meten.
Het gezichtsveld is het gebied dat iemand kan overzien zonder de ogen te bewegen. Verlies van delen van dit gezichtsveld kan grote gevolgen hebben voor dagelijkse activiteiten, zoals veilig deelnemen aan het verkeer, oriënteren in een ruimte of het herkennen van obstakels. Daarom is het belangrijk om gezichtsvelduitval nauwkeurig vast te stellen.
Onderzoek met oogbewegingen
Bij traditionele gezichtsveldtesten moeten mensen langdurig geconcentreerd reageren op lichtprikkels. Dat kan lastig zijn voor bijvoorbeeld ouderen, kinderen of mensen met NAH. SONDA-EMP werkt anders. Tijdens de test volgt de deelnemer met de ogen een bewegende stip op een scherm, terwijl een eye-tracker de oogbewegingen registreert.
Betrouwbaar én prettig voor cliënten
Uit het onderzoek blijkt dat SONDA-EMP gezichtsvelduitval als gevolg van glaucoom en NAH kan detecteren en kwantificeren. Daarnaast voldoet de methode aan de klinische eisen voor het screenen van verschillende stadia van glaucoom. Deelnemers ervaren de test bovendien als gebruiksvriendelijk.
Voor cliënten betekent dit dat gezichtsveldonderzoek in de toekomst mogelijk minder belastend wordt, terwijl de resultaten betrouwbaar blijven. Dat kan helpen bij het sneller en nauwkeuriger vaststellen van visuele beperkingen en het bieden van passende begeleiding en ondersteuning.

Van onderzoek naar praktijk
Met haar onderzoek laat Anne Vrijling zien dat een experimentele onderzoeksmethode succesvol is doorontwikkeld tot een klinisch toepasbare test. Op 29 juni 2026 verdedigde zij haar proefschrift 'Led by the Moving Light' aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met het UMCG, de Rijksuniversiteit Groningen, Koninklijke Visio en Reyedar B.V.
