27 juli 2026 Nieuws
Blinden en slechtzienden op het scherm: help mee met verzamelen!
In films, tv-series, documentaires en realityprogramma’s spelen mensen met een visuele beperking regelmatig een rol. Soms staat hun verhaal centraal, soms komt blind- of slechtziendheid slechts kort aan bod. Door de jaren heen zijn er zo talloze producties gemaakt die laten zien hoe mensen met een visuele beperking leven, werken, leren en deelnemen aan de samenleving.
Voor een inventarisatie van deze producties verzamelt Ad van der Waals voorbeelden uit binnen- en buitenland. Ken jij een film, serie, documentaire, realityprogramma of televisie-uitzending waarin blindheid of slechtziendheid een belangrijke rol speelt? Dan horen we dat graag.
Laat jouw suggestie achter via het formulier onderaan deze pagina.
Samen bouwen we aan een waardevol overzicht van hoe mensen met een visuele beperking door de jaren heen op het witte doek en op het scherm zijn weergegeven.
Blinden op het witte doek en op het scherm
door Ad van der Waals
De Utrechtse oogarts Zegers heeft jaren geleden met zijn dochter ruim honderd films van Laurel en Hardy bekeken met de bedoeling na te gaan wat voor oogletsel hun avonturen van onhandigheid en ongelukken bij hen moeten hebben veroorzaakt. De resultaten van hun onderzoek vertoonden zij als amusant en ook serieus tussendoortje op een Oogcongres. De kwetsuren moeten voor de ogen van Laurel en Hardy desastreus zijn geweest maar zij kwamen er in de films toch altijd weer goed vanaf! Er kwam geen oogarts aan te pas.
Een andere maar ook amusante en leerzame causerie gaf de directeur van de Stichting Beeld en Geluid vorig jaar bij de ledendag van de Vereniging Onbeperkt Lezen. Hij vertoonde beelden van een aantal films die in bezit zijn van Beeld en Geluid: blinden en slechtzienden als scholier, als werkend in werkplaatsen en kantoren en ook bij activiteiten van allerlei aard. Sommige films waren van heel vroeger, andere van recentere datum. Een paar jaar geleden was er een tentoonstelling in het museum in Grave waar oude filmbeelden van de onderwijsinstellingen De Wijnberg en St. Henricus waren te zien. Met deze films werd beoogd de kijkers te informeren over het werk in de instituten en op te roepen de portemonnee voor dat werk de openen.
Alweer een tijdje geleden kwam ik op de gedachte om eens na te gaan hoe vaak blindheid en slechtziendheid onderwerp zijn geweest van een speelfilm, van een documentaire of van een item van een actualiteitenprogramma. Ik heb immers regelmatig televisieprogramma’s gezien waar de visuele handicap aan de orde was. Onderwerp was dan hoe mensen die het trof er mee omgingen en op welke wijze in de samenleving voorzieningen werden getroffen. Met de toegenomen aandacht voor medische onderwerpen komt bovendien ‘het oog’ regelmatig in televisieprogramma’s aan de orde. Het Oogfonds krijgt tegenwoordig jaarlijks bij Omroep Max gelegenheid om de aandacht te vestigen op een bepaalde aandoening en de gevolgen voor het leven van mensen die daarmee te maken hebben. Overduidelijk is het dan ook de bedoeling om donateurs voor wetenschappelijk oogheelkundig onderzoek te werven.
Met de geldwerving treedt het Oogfonds in een lange traditie van dienstverleners en blindenbonden die begrip willen kweken voor en inzicht willen geven in de positie van mensen met een visuele beperking. Het medium ‘film’ blijkt daar altijd een goed instrument voor te zijn geweest. Dat gebeurde in de jaren twintig al met een film van het toen nog in Amsterdam gevestigde Instituut tot Onderwijs aan Blinden en in Grave met de film Uit de wereld der eeuwige duisternis. Ook de Nederlandse Blindenbond (NBB) ontdekte de film als middel in de jaren dertig, niet om leden te werven maar om zienden te interesseren in het lot van de blinden. Deze bond had daarvoor een propagandist in dienst, Johan van den Berg. Die reisde tot ver in de jaren zestig stad en land af met propaganda-avonden in praktisch alle steden en dorpen boven de grote rivieren. In het rooms-katholieke zuiden had hij natuurlijk niets te zoeken. Elders kwam Van den Berg overal. Dit was vaak tot ongenoegen van de protestantse Nederlandse Christelijke Blindenbond (NCB) die moest toezien dat kerkenraden voor deze bijeenkomsten gebouwen beschikbaar stelden en dat dominees en koren zelfs medewerking verleenden. Er was nog nauwelijks televisie en de avonden boden een verzetje met muziek en een toespraak van Van den Berg en vaak ook een dominee. Het vertonen van een film was dan misschien wel het hoogtepunt van de avond.
In 1931 kende de NBB een propagandafilm met de titel Wat wij willen. In de late jaren dertig kwamen er twee films bij waarvan het bestuurslid A.A. Buunk de scenario-schrijver was. De titels waren Wakende ogen en Lichtende verte. Deze films hadden vooral een documentair karakter en moesten het beeld versterken dat ondanks een visuele beperking er toch mogelijkheden waren om een zinvol bestaan te hebben. De ‘wakende ogen’ zullen zeker betrekking hebben op de rol van de geleidehond. In één van de films is een blind meisje aanvankelijk erg afhankelijk van de hulp van anderen totdat zij in het bezit komt van een geleidehond. Zo werd zij minder afhankelijk, is de boodschap die in alle films voorop staat. In die tijd stond in het werk van de blindenbonden de strijd voor betere financiële en materiele voorzieningen voor blinden centraal. Altijd ook verbeteren van de mobiliteit en de werkgelegenheid. Bekend is het beeld uit 1929 van het Polygoon-jourmaal met een groep blinde demonstranten die achter het vaandel door de straten van Den Haag lopen.
In de jaren dertig liet ook de rooms-katholieke blindenbond St. Odilia zich niet onbetuigd. De cineast Jan Hin maakte in 1933 de film Het leven der blinden. Van hem zijn ook de films Het licht inwendig en Het Licht, die vertoond werden op talloze bijeenkomsten waar niet alleen het werk van katholieke instellingen werd gepresenteerd maar ook van de niet verzuilde opleiding van geleidehonden.
De Nederlandse Christelijke Blindenbond organiseerde vergelijkbare propaganda-avonden maar ik kom pas in 1953 een propagandafilm van de NCB tegen met de titel Terug naar het licht.
De eerste speelfilm van de NBB kwam uit in 1951 met als titel Een van ons. Het scenario was geschreven door de blinde Willem Kramer. De hoofdpersoon wordt blind door een verkeersongeval. Hij wil de verloving daarom verbreken maar zijn verloofde kiest ervoor samen met hem aan zijn toekomst te werken. Ondanks een opleiding op het Instituut tot Onderwijs van Blinden in Bussum slaagt hij er niet in een baan te vinden. Een directeur van een bedrijf ziet het optreden van een muziekgroep van blinden en is daar zo van onder de indruk dat hij de blinde man - na een eerdere afwijzing- toch in dienst neemt. Van het verdiende geld kan de hoofdpersoon een hond van het Geleidehondenfonds kopen en natuurlijk ook trouwen met zijn verloofde. Van dezelfde producent Piet van der Ham verscheen in 1957 de film De stoute schoenen, geschreven door de blinde theoloog-dichter Jan Wit. Het verhaal is enigszins vergelijkbaar met dat van Een van ons. De hoofdpersoon - ook weer een man! - is door een ongeval blind geworden. Na een uitgebreide revalidatie slaagt hij er in een volwaardig lid van de samenleving te worden. Als masseur kan hij een eigen inkomen hebben. Ook in deze film komt de relatie met de vriendin weer goed. Van de in 1953 gemaakte film van de Nederlandse Christelijke Blindenbond kon ik nergens informatie vinden, behalve een oproep aan leden om een titel van de te maken film te bedenken. Dat werd dan Terug naar het licht.
Bij het 50-jarig bestaan van de Vereniging Het Nederlandse Blinden en slechtziendenwezen (VNBW) kwam er in 1997 een boekje uit onder de titel Ogenblik, omzien en vooruitkijken. Het bevatte een historisch overzicht van de blindenzorg en vervolgens een overzicht van audio-visueel materiaal, films en nieuwsitems over blinden en slechtzienden die te vinden waren in Nederlandse film-archieven. Er zijn in het boekje ruim 200 items opgenomen met een korte omschrijving. Naast memorabele films van cineasten als Hans Koekoek en Johan van der Keuken worden allerlei kortere en langere films uit actualiteitenprogramma’s van de publieke omroepen genoemd. Bij het boekje is een videoband geleverd met opnames van een aantal van de genoemde films. De inventarisatie van toen vertoont toch nog wel wat hiaten, want films waarvan ik het bestaan wel tegen ben gekomen staan er niet in. Kennelijk waren er toen al veel van die oude films niet te vinden of verloren gegaan. En er waren natuurlijk nog niet de tegenwoordige zoeksystemen beschikbaar.
Er zijn tegenwoordig in ons land twee instellingen die gespecialiseerd zijn in het archiveren en documenteren van films. Met beide instellingen - Eye in Amsterdam en Beeld en Geluid in Hilversum - wisselde ik wat informatie uit. Mijn vraag was of zij bekend zijn met titels waarvan ik weet via het raadplegen van het digitale krantenarchief Delpher en ook van bladen in de blindensector. En zo ja, staan die hun hun archief of depot? Of hadden zij wellicht nog andere titels? Er werd snel en goed gereageerd maar de oogst was niet in alle opzichten bevredigend. Het leverde mij wel een lijstje van titels op. Maar of die allemaal nog te vinden zijn? Dat zou het slot van mijn speurwerk en van dit artikel kunnen zijn. Want hoe nu hiermee verder te gaan?
Op 26 mei opende Beeld en Geluid in Hilversum de mogelijkheid voor iedereen om de collectie digitaal te raadplegen en voor een gedeelte ook te bekijken of te beluisteren. Zevenhonderdduizend radio- en televisie uitzendingen worden in de digitale catalogus genoemd. Ik kan overigens niet zeggen of de website De schatkamer.nl goed toegankelijk is, maar dat terzijde.
Maar wat een rijkdom wordt er geboden! Zomaar thuis nog eens naar Swiebertje kijken en naar allerlei vanaf de jaren zestig befaamde en roemruchte televisieprogramma’s. De door mij genoemde films Een van ons en De stoute schoenen zijn in de Schatkamer te vinden, maar helaas zijn ze niet te bekijken omdat er auteursrechtelijke belemmeringen daarvoor zijn. Van de laatstgenoemde film is wel een zeer uitvoerige beschrijving van handelingen en gebeurtenissen te lezen. Maar wat een genoegen om een reportage te zien van een bijeenkomst van de Nederlandse Blindenbond bij het 75-jarig bestaan, met de jarenlange voorzitter Frits Tingen aan het woord. Wat te zeggen van de films van Johan van der Keuken Blind Kind en Herman Slobbe die bij een aantal lezers nog wel bekend zullen zijn. Een film die volgens de inleiding van de VNBW-inventarisatie ‘een goed beeld geeft van de belevingswereld van een blinde jongen van 14 jaar!’. Een genoegen om het portret terug te zien van de blinde dominee-dichter Jan Wit die in 1969 orthodox-protestants Nederland op de kast joeg met zijn vrijmoedige omgaan met begrippen taal, blind zijn en sexualiteit. De destijds beroemde Actiegroep Blinden en Slechtzienden (ABS) haalde in 1978 de televisie met een pleidooi voor toegankelijke vakanties. En ik zag dankzij De Schatkamer.nl weer het mooie televisieportret uit 1995 terug van de slechtziende kruidenier Leen Bokhorst die jarenlang voorzitter was van de Nederlandse Christelijke Blindenbond en in veel discussies over blindenzorg en blindenbelangen zijn stem volop liet horen.
Maar laat ik hier stoppen voordat ik nog veel meer titels van films en documentair ga opsommen.
Ik hoop echter op mijn manier eraan te kunnen bijdragen dat er mensen en instellingen binnen en buiten onze sector - misschien met hulp van de fondsen - opstaan die een vervolg willen geven aan de inventarisatie van 1997. Met filmbeelden en de beschrijving daarvan kan de geschiedschrijving van de ‘blinden en slechtziendenzorg’ nog completer gemaakt worden dan die al is. Vooral zou het nader onderzoek waard zijn hoe de beeldvorming over mensen met een visuele beperking in de loop der jaren is geweest en zich heeft ontwikkeld. Wie helpt mee?
