Visio maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies om de inhoud af te stemmen op uw wensen, verbeteringen aan te brengen, maar ook om d.m.v. online trackers, die pas actief zijn na uw expliciete toestemming, om de koppeling met social media eenvoudiger te maken. Lees meer over ons cookiebeleid

Komt CVI vaker voor bij ernstig vroeggeboren kinderen dan bij op tijd geboren kinderen?

15-10-2015

Deze vraag stelde Christiaan Geldof, neuropsycholoog bij Visio Revalidatie & Advies Amsterdam (en GZ-psycholoog in opleiding) zich voor zijn promotieonderzoek. En het antwoord is bevestigend: visuele stoornissen als gevolg van problemen in de hersenontwikkeling komen vaker voor bij kinderen die veel te vroeg geboren zijn.
Vrijdag 30 oktober promoveert hij aan de Vrije Universiteit Amsterdam op “Visual imprints of very preterm birth. Evidence for cerebral visual impairments in very preterm born children”.

Aanleiding voor het onderzoek

Christiaan Geldof heeft onderzoek gedaan naar cerebraal visuele stoornissen (visuele stoornissen als gevolg van problemen in de hersenontwikkeling) bij kinderen die meer dan twee maanden te vroeg geboren zijn. Aanleiding voor het onderzoek was dat visuele stoornissen bij deze kinderen uitgebreider kunnen zijn dan waar bij reguliere oogtesten naar gekeken wordt. En dat deze kinderen soms pas laat naar Visio verwezen werden. Ook is er nog veel onduidelijk over het vaststellen van cerebraal visuele stoornissen en is het onbekend of deze visuele stoornissen van invloed zijn op andere ontwikkelingsproblemen van deze groep kinderen.

Tests en vragenlijsten

Het promotieonderzoek vond plaats binnen een samenwerkingsverband van de Vrije Universiteit Amsterdam, het Emma kinderziekenhuis AMC en Visio. De te vroeg geboren kinderen die onderzocht werden, deden op vijfjarige leeftijd tijdens twee dagdelen visuele testen en een paar andere ontwikkelingstesten. Hun ouders/verzorgers vulden vragenlijsten in over de ontwikkeling van hun kind. Deze resultaten werden vergeleken met de prestaties van een groep op tijd geboren kinderen.

Resultaten van het onderzoek

Binnen het onderzoek werd een objectieve CVI-classificatie ontwikkeld die uitwees dat CVI vaker voorkomt bij ernstig vroeggeboren kinderen dan bij op tijd geboren kinderen. Deze CVI-classificatie verschilt echter op een paar punten van de praktische manier waarop CVI binnen de huidige zorgpraktijk wordt vastgesteld. Bij ongeveer een kwart van de ernstig vroeggeborenen werden cerebraal visuele stoornissen gevonden, die niet allemaal onderkend worden bij reguliere oogtesten. In deze groep zaten kinderen die vlak na de geboorte medische complicaties doormaakten, zoals infecties, en die langdurig beademd moesten worden. Het is bekend dat deze complicaties schadelijk zijn voor de hersenontwikkeling en daardoor ook voor de ontwikkeling van de visuele baansystemen in de hersenen. Verder hadden deze kinderen ook vaker moeite om te redeneren met plaatjes en hadden zij meer gedrags- en sociale problemen dan de ernstig vroeggeboren kinderen zonder visuele stoornissen. De visuele problemen waren echter overwegend mild van aard, hadden geen visuele revalidatie nodig en waren nauwelijks van invloed op de bewegingsproblemen van ernstig vroeggeboren kinderen.

Aandachtspunten voor de praktijk

Het is belangrijk om na een ernstige vroeggeboorte met medische complicaties uitgebreider visueel onderzoek te doen in de nazorg. Daarbij is het noodzakelijk om nauwkeurig onderscheid te maken tussen visuele stoornissen en andere ontwikkelingsproblemen om de juiste behandeling te kiezen. Dit geldt ook voor de diagnostiek van CVI binnen de revalidatie van Visio.

Visio hoopt van harte dat het onderzoek van Christiaan Geldof zal bijdragen aan verbetering van de revalidatie van te vroeg geboren kinderen in het algemeen en van kinderen met CVI in het bijzonder.

Geldof verdedigt zijn proefschrift op vrijdag 30 oktober om 11.45 uur in de Aula van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Cover proefschrift Christiaan Geldof
 

Meer informatie


Externe links