Onderzoek

Bij het vermoeden van een visueel-verstandelijke beperking bij een kind volgt eerst een onderzoek. Dit onderzoek is in de eerste levensjaren hetzelfde als dat van kinderen zonder verstandelijke beperking. Bij heel jonge kinderen is vaak nog niet duidelijk wat de invloed van de verstandelijke vermogens op het visueel functioneren is.

Diagnose
Wie als gevolg van een meervoudige beperking begeleidt wordt door Visio, krijgt eerst een oogheelkundig onderzoek als er onvoldoende oogheelkundige gegevens zijn. Waar mogelijk wordt een diagnose gesteld. Daarnaast wordt meestal uitgebreid gekeken naar het visueel functioneren tijdens het visueel-functieonderzoek. Een oogheelkundig medewerker, de orthoptist, voert het onderzoek uit. De oogarts stelt de diagnose.

Probleemgedrag
Bij jongeren en volwassenen met een meervoudige beperking blijkt het vaak moeilijk om het niveau van visueel functioneren vast te stellen. Soms bestaat het vermoeden dat er een relatie is tussen probleemgedrag en een visuele beperking. In deze gevallen kan Visio nader onderzoek doen. De medewerkers zijn gespecialiseerd in het nagaan hoe de visuele en de verstandelijke beperking op elkaar inwerken.

Mogelijkheden
In het geval van de ambulante dienstverlening bezoekt een medewerker de cliënt in de eigen, vertrouwde omgeving voor observatie, onderzoek en begeleiding en/of behandeling. Dit kan bijvoorbeeld thuis zijn of bij een collega-zorgaanbieder waar een cliënt woont of werkt. Er is veel mogelijk, vraag er vooral naar!